Solidariteit bij pensioen van oud naar jong??

De laatste tijd lezen we af en toe dat ouderen solidair zijn met de pensioenen van jongeren! Een partij als 50Plus brengt dit regelmatig te berde. De meeste mensen die ik ken snappen hier helemaal niets van. Meestal wordt het omgekeerde verondersteld en de doorsneepremie brengt inderdaad zonder meer met zich mee dat jongeren solidair zijn met ouderen. (Uitleg: per euro premie krijgt iedere deelnemer aan een pensioenfonds evenveel aanspraak op pensioen, maar bij een jongere duurt het veel langer voordat er moet worden uitbetaald. Dan kan er langer rendement worden gemaakt.) Maar hoe kan dan ook het omgekeerde worden beweerd? En hoe verhoudt dat zich tot het grotere geheel?

Eerst de technische kant. Pensioenfondsen houden kapitaal aan met het oog op de pensioenen die moeten worden uitgekeerd. Hoe langer het duurt voordat de uitkeringsfase begint, hoe langer er rendement kan worden geboekt op de ingelegde premies en hoe minder kapitaal er dus in de kas hoeft te zijn. Maar dat betekent uiteraard dat veranderingen in de rente harder aantikken naarmate het langer duurt voordat de uitkeringsfase begint, beide kanten op! Een zakkende rente zal dan ook harder doorwerken bij de aanspraken van jongeren dan die van ouderen. Anders gezegd, voor een oudere maakt het (voor de reservering in verband met de pensioenaanspraak) niet zoveel (meer) uit als de rente zakt vergeleken met een jongere. Dat de rente waarmee pensioenfondsen moeten rekenen richting nul procent is gezakt heeft dan ook inderdaad relatief meer effect gehad op de pensioenenreserveringen voor jongeren dan voor ouderen.

Als die rente er zoveel toe doet, welke kiezen we dan? In Nederland is dat een zeer veilige rente die is afgeleid van de rente op kapitaalmarkten voor staatsleningen. En daar begint het gelazer al: in de praktijk boeken pensioenfondsen veel meer rendement dan deze rente! Allerlei betrokkenen willen dat er met het reële rendement wordt gerekend in plaats van met die hele veilige rente. Als een hoger rendement wordt verondersteld hoeft er minder geld in kas te zijn en kan een groter deel van het aanwezige kapitaal worden aangewend om – bijvoorbeeld – te indexeren. Dit strookt met de belangen van mensen die nu pensioen genieten, maar voor jongeren kan dit dramatisch uitpakken als er toch nog tegenvallers opspelen. Door de lage rente betalen ze al meer per euro aanspraak dan ouderen destijds en met alle veranderingen die er aan lijken te komen is het heel wel mogelijk dat straks niemand meer solidair is met wie dan ook in pensioenland. De keuze met welke rente gerekend wordt heeft dan ook alles te maken met de verdeling van lusten en lasten in pensioenland nu: in het bijzonder met de vraag of er een indexatie kan worden toegekend.

Ik herinner me dat in de jaren negentig de bomen tot in de hemel leken te groeien: mijn premie is zelfs even helemaal nihil geweest en elke loonsverhoging werd 1-op-1 direct doorgegeven als een indexatie. Bovendien konden veel ouderen eerder ophouden in verband met de VUT, waarbij hun pensioenopbouw doorliep! Ik wil ook nog noemen dat mensen voortdurend langer zijn gaan leven – ook langer dan aangenomen bij de premiebepaling. Veel ouderen hebben echt veel profijt gehad van de gang van zaken bij Nederlandse pensioenen. Kijkend naar de veranderingen die er aan komen wordt dat minder voor jongeren. Dat begint al met de doorsneepremie, die behelst dat een jongere eigenlijk teveel betaalt voor zijn pensioenopbouw en een oudere te weinig. Fijn als dat ophoudt, maar je hebt wel al die tijd teveel betaalt en wordt dat gecompenseerd? Dat is vooral van belang voor de jongere die op weg is wat ouder te worden en voor wie de doorsneepremie in zn voordeel gaat werken. Als er een jaar of 20 teveel is betaald (vergeleken met de actuariele premie), dan heeft het wegvallen van de doorsneepremie veel invloed op het eindresultaat.

Als straks de rente weer gaat stijgen zal dat meer drukken op de reservering wegens de aanspraken van jongeren dan van ouderen. Ouderen hebben in het verleden sowieso al veel profijt gehad van het toenmalige pensioensysteem. Om dan nu op basis van een tijdelijk – die lage rente stopt echt wel een keer – opspelende eigenschap van onze pensioensystematiek met droge ogen te beweren dat ouderen solidair zijn met pensioenen van jongeren is wat mij betreft een gotspe. Toch kwam ik recent in de NRC een ingezonden brief tegen van een pensioenfondsbestuurder die dat beweerde. Dit is allemaal natuurlijk koren op de molen van een partij als 50Plus. Maar het klopt niet met het grotere plaatje en het draagt bij aan divergentie in onze samenleving. Zowel jongeren als ouderen menen zich, niet geplaagd door al te veel kennis van de achterliggende techniek, gepakt te voelen. Fijn hoor, dat de groeiende verdeeldheid in onze samenleving zo ook gaat opspelen bij pensioenen.

Tot besluit, deze problematiek is inherent aan de manier waarop we omgaan met een aanspraak op pensioen. Mensen werken echter niet meer levenslang voor één baas, mogelijk zijn ze ook ZZPer geweest, er wordt eens baangewisseld met inkomensachteruitgang, etc. Bovendien is een aanspraak minder relevant als het allemaal nog lang duurt. Voor jongeren is een echte aanspraak niet nodig. Een spaarpotje en een indicatie hoeveel pensioen daarvoor gekocht kan worden tzt is voldoende en vergt bovendien veel minder kosten dan de huidige systematiek. Dat kan zelfs in een soort spaarfondsidee worden georganiseerd, bij een bank of een beleggingsfonds. Ben je meteen van een bende kosten af die voor jongeren toch al niet zo nodig waren. Volgens mij is zoiets onvermijdelijk, ook al lijken we daar nog steeds niet op te mikken!

Geplaatst in mens en maatschappij, pensioen

Perspectiefloos pensioen

In pensioenland waait al jaren een kille wind. Hoewel er ondertussen consensus ontstaat dat het anders moet, lijken er ook onvoldoende lessen uit het verleden te zijn getrokken – of heeft u daarover iets duidelijks gelezen? Veel partijen in pensioenland werken driftig aan een toekomst waarin hun belangen zijn veilig gesteld. Dat gaat natuurlijk een stuk beter als schrille conclusies achterwege blijven. Vertrouwd met achterkamertjes zijn bestaande gremia als de politiek, sociale partners, dus ook de SER, maar ook een club als de pensioenfederatie druk bezig maquettes te bouwen. Naar mijn smaak gaat het nooit lukken op deze wijze de pensioenbelangen van de gewone man efficiënt en billijk te organiseren.

Eerder dit jaar bracht het kabinet de “Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel” uit. De uitgangspunten “collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling” waren en blijven pijlers. Klinkt mooi, maar hoe verhoudt dit zich tot de problemen die thans zo knellen? Verschillende zaken, zoals de doorsnee premie, zijn al aangewezen als problematisch, maar steeds ontbreekt een goede analyse en stellingname van wat er nou precies is misgegaan in het verleden. (Eerder deze maand heb ik hierover wat tekst opgesteld, zie elders op deze site.) Dat is wel gewenst: als we weten waar onredelijk is betaald of geprofiteerd, kan ook beter besloten worden waar pijn mag of moet worden neergelegd. (Denk aan de schrille discussie over de rekenrente, waarbij tegenwoordig vaak gesteld wordt dat ouderen solidair zijn – betalen! – met  pensioenopbouw voor jongeren.) Wazige lessen en schimmige belangen maken het nu mogelijk dat de pensioenfederatie zich profileert met een brief aan de SER waarin twee – eerder door de SER geschetste – varianten nader verkend worden: “het persoonlijke pensioenvermogen met uitgebreide risicodeling en de ambitieovereenkomst met collectieve risicodeling waarin aanspraken worden verdisconteerd op basis van de risicovrije rente”.

In mijn eerdere stukje heb ik geprobeerd over te brengen dat we moeten werken aan een toekomst zonder de huidige pensioenfondsen met hun bestuurderen, waarin pensioenland niet meer gerund wordt door vooral sociale partners en waar actuarissen en accountants niet meer een leuk centje verdienen. Individuele besparingen en collectief beleggen – voor schaalvoordelen en kanssolidariteit – moet daarvoor genoeg zijn. Het stelsel wordt transparanter, efficiënter – want veel lagere uitvoeringkosten – maar kan ook tot pijnlijke resultaten leiden. Maar die hebben we wat mij betreft nu ook al! Hoge uitvoeringskosten, perverse solidariteit en gefnuikte verwachtingen – wanneer was ook alweer uw laatste indexatie … of korting? – teisteren de huidige systematiek. Ik ben nogal teleurgesteld in politiek en media, vooral de kwaliteitskranten, die weigeren er echt in te duiken en daarmee allerlei gremia de facto volop ruimte bieden om hun belangen in de toekomst veilig te stellen.

Belangen van gewone burgers komen er bekaaid af. Het wordt tijd voor een bond voor pensioenbelangen, een club die de belangen behartigt van gewone burgers die pensioen opbouwen, hebben opgebouwd of genieten. Weliswaar botsen deze belangen (soms), maar dat kan worden toegeschreven aan de huidige systematiek die nou juist moet veranderen! Dit komt vooral om de hoek kijken bij het gekrakeel over de rekenrente waarmee allerlei verdelingskwesties zijn gemoeid. (Een hogere rekenrente betekent hogere verwachtingen voor toekomstig rendement. Maar dan is er meer ruimte, meer geld dus, om de indexeren, pensioenen te verhogen.  Vooral ouderen en een partij als 50Plus maken zich hiervoor sterk. Maar als dit straks toch tegen valt voelen vooral de huidige jongeren dat.) De conclusie dat we een systeem moeten bedenken zonder rekenrente is helaas amper te beluisteren en dat illustreert de domantie van oneigenlijke belangen in pensioenland.

De gordiaanse pensioenknoop moet eens worden doorgehakt!

Geplaatst in mens en maatschappij, pensioen

Ambitiepensioen of individuele potjes? Lood om oud ijzer!

Twee varianten presenteert de pensioenfederatie, te betrekken bij besluitvorming over een nieuw pensioenstelsel. In de brief aan de SER worden uitgangspunten genoemd: “Het voorkomen van pech- of gelukgeneraties door samen risico’s te delen”, “verplichtstelling nodig”, “sociale partners/beroepsgenoten aan het stuur over de inhoud van het contract”, en ook iets over transparantie. Ronduit griezelig, wat mij betreft, en ik moet er het nodige over kwijt vandaag.

Zoals ik eerder heb uiteengezet zijn er een paar fundamentele problemen die onze pensioensystemen verzwakt hebben en nog steeds problematisch zijn:

  1. De rente is al 25 gezakt, tot vrijwel 0% nu;
  2. Leeftijdsverwachting blijft maar stijgen;
  3. Bezetting leeftijdsklassen verschuift.

Met dat laatste bedoel ik bijvoorbeeld dat we eerst veel jonge babyboomers hadden en weinig ouderen, terwijl er nu veel oude babyboomers zijn en weinig jongeren. Ook als er verder helemaal niets veranderd was zou alleen hierdoor al de premie zijn gestegen omdat de gemiddelde deelnemer dichter bij zn pensioen zit en er dus minder jaren zijn om rendement te maken op premie-inleg. Dit vloeit voort uit de doorsnee premie systematiek die vrijwel zeker zal verdwijnen. Toch zal een onvoldoende dekkingsgraad zich kunnen voordoen bij het ambitiepensioen, waar de pensioenen mee-ademen met de dekkingsgraad: het kan tegen zitten met beleggingen, maar het is waarschijnlijk dat er tzt rekening moet worden gehouden met nog weer langer leven. Die zal (ook) moeten worden verbeterd door premie-inleg, los van maatregelen als bijvoorbeeld niet indexeren. Maar de pijn van (nog) langer leven die vast wel weer gaat opspelen moet zeker niet worden gefinancierd uit de premie of door kortingen op pensioenen van jonge deelnemers. Het is dan ook mijn conclusie dat premiebetalers per sé niet moeten bloeden als pensioenen van voor hun tijd moeten worden aangepast wegens stijgende levensverwachting of tegenvallende rendementen. Dat zie ik inmiddels als perverse solidariteit.

Dat geldt ook voor een collectieve buffer, zoals voorgesteld bij het individuele potjes. Die zou 20% moeten zijn. Het bestuur van het fonds kan dan besluiten sommige tegenvallers te compenseren. Dit lijkt me te schimmig, wanneer wel/niet, en wat als de toekomst vervolgens ook afwijkt van de verwachting? En dan heb ik het nog niet eens over het gegeven dat veel bestuurderen loyaal zijn met de werkgever danwel de vakbond. Of dit leidt tot een evenwichtige belangenafweging bij de besluitvorming betwijfel ik steeds meer.

Eigenlijk moet het hele verschijnsel bestuur van een pensioenfonds eens kritisch worden bekeken. Vaak worden deze gremia samengesteld door werkgevers en -nemers(vertegenwoordigers). Maar ook de belangen van accountants die de eindejaarsaanspraken moeten vaststellen, de actuarissen die regelmatig sommetjes maken over het daarmee gemoeide vermogen en daarvan afgeleide zaken als de premiestelling en bovendien adviseren ivm wet- en regelgeving, vermogensbeheerders, etc. In de SER komen allerlei belangen, vooral die van werkgevers en -nemers, wat mij betreft. Naar mijn smaak zijn vakbonden vooral bezig met overleven, relevant blijven en werkgevers kunnen van goede wil zijn, maar ook niet. Het idee van een toekomst waarin dit echt anders geregeld is, er geen bestuur meer is in de huidige vorm, zal echt niet welwillend bekeken worden als dat eigen belangen schaadt. De SER is dan ook geen geschikte club om hierover te adviseren. Sterker nog, kijkend naar de problemen die de afgelopen decennia gerezen zijn denk ik dat geconcludeerd moet worden dat de sociale partners en dus ook de SER worden uitgesloten van het ontwerp van een nieuwe pensioensysteem.

Ik denk dat het plaatje heel helder wordt als je alles op een rijtje zet:

  • Tot pakweg 20% van de premie kan opgaan aan kosten.
  • Bestuurderen kunnen niet echt goed verschllende belangen afwegen, al was het maar omdat ze zelf vooral afkomstig zijn uit kringen van werkgevers en -nemers.
  • Door voortschijdende automatisering – denk nu aan de mogelijkheden tot thuisbankieren –  zijn veel redenen uit het verleden om het middels een fonds te organiseren niet meer van toepassing.
  • De samenleving is nogal veranderd en veel solidariteit is nu onbillijk of onnodig.

De conclusie is eigenlijk zimpel: collectiviteiten opheffen, alles individualiseren, iedereeen zn eigen spaarpotje. dat kan mee of tegen zitten, maar dat geld ook al voor iemands loopbaan. (Als het daar tegen zit mag je je huis verkopen! OF je wordt gedwongen tot werk ver onder je nivo. Maar bij pensioenen moeten we nog wel solidair zijn?) Dan zijn de overhead kosten van het fonds weg, mensen kunnen zelf besluiten bepaalde beleggingen uit te sluiten of juist te prefereren en zullen zien dat het prognosepensioen (dat is het pensioen dat volgens de huidige bevolkingsstatistieken naar verwachting kan worden aangekocht als het zover is) zakt als er rekening moet worden gehouden met langer leven. Het wordt bovendien een stuk makkelijker voor mensen om particuliere vermogensopbouw die nu buiten het fonds omgaat – een koophuis bij voorbeeld – bij het plaatje te betrekken. Ook aan startkapitaal voor een bedrijf kan worden gedacht, enzovoort, net wat de politiek mogelijk wil maken. Natuurlijk moet het wel op een rekening met restricties gebeuren, fiscale fascilitering laat geen keus. En natuurlijk kunnen ook andere restricties worden bedacht, zoals niet meedoen met grondspeculatie, niet ‘beleggen’ in staatsloten, niet investeren in een schimmig buitenlands avontuur, etc. Zoiets lijkt mij het onvermijdelijke eindstation van de thans lopende pensioendiscussie.

Die zich bovendien goed laat opschalen naar de hele EU! Het vrije verkeer van goederen en personen krijgt dan og overtuigender karakter en de enorme pensioen expertise van Nederland kan dan veel beter worden benut. Maar dan moeten we ophouden nog zo kleinzielig en krampachtig vast te houden aan pensioenfondsen die een steeds benepener lucchie hebben.

Helaas gaat hierbij wel naargeestige overgangsproblematiek opspelen. De doorsneepremie behelst bijvoorbeeld jong naar oud solidariteit. (Vergeleken met de actuariele premie, die grofweg betaalt wordt door individuen bij een verzekeraar, betaalt een jongere te veel en een oudere te weinig.) Als dit wegvalt wordt het pensioenresultaat van een oudere minder, soms zelfs aanzienlijk. Dit moet naar mijn smaak gecompenseerd worden, maar het regelen daarvan lijkt me nogal pijnlijk en elke oplossing zal heftige weerstand oproepen. De laatste tijd zie ik alle belanghebbenden om de hete brij heendraaien. Dat gaat vermoedelijk voorlopig niet veranderen!

Geplaatst in mens en maatschappij, pensioen

Omslag of kapitaaldekking, maakt het echt zoveel uit?

Wij horen overal dat kapitaaldekking zoveel beter is. Het idee is dat de premie wordt geïnvesteerd dat het pensioen wordt betaald uit rendement op deze investeringen. Maar wat als deze premie wordt geïnvesteerd in staatsschuld? Pensioenfondsen hebben op verschillende manieren te maken met het veronderstelde veilige rendement hierop. Recent kwam ik de opvatting tegen dat de overheid daarom niet al te veel staatsschuld moet aflossen. Daar heb ik een reactie op gegeven die ik voor het gemaak hier overneem.

Aan het eind van de rit werkt een mens niet meer, maar is wel inkomen nodig want er wordt nog geconsumeerd: pensioen! Dat kun je regelen via een omslag- of een kapitaaldekkingssysteem. In NL gaat de Aow via omslag en pensioen obv arbeid via kapitaaldekking. In beide gevallen moet de samenleving een stuk productie afstaan aan mensen die niet meer productief zijn. Binnen dit perspectief is er ook niet zo gek veel verschil tussen omslag en kapitaaldekking. De vraag dringt zich op wat dan de beste manier is om dit te organiseren. Wellicht is er een macro economisch perspectief op basis waarvan de overheid er inderdaad goed aan doet schulden te hebben om risicoloos inkomen voor gepensioneerden mogelijk te maken. Echter, het idee achter kapitaaldekking lijkt te (moeten) zijn dat er daadwerkelijk in kapitaal – hier niet bedoeld als een hap geld maar een bedrijfsbezit waarmee geproduceerd wordt – moet worden geïnvesteerd: dus geen staatsschuld. Rente en aflossing op de staatsschuld wordt opgehoest uit toekomstige belastingen en andere overheidsinkosten … net als pensioen obv van een omslagstelsel! Volgens mij moet deze kwestie dan ook als een macro-economische vraag worden opgevat.

Geplaatst in pensioen

Pensioen en de geld- & marktillusie

Oma op een ijsschots richting noordpool – dat deden de eskimo’s, zo heb ik me laten vertellen. Als je goed naar het leven kijkt is het logisch dat het ophoudt voor niet-actieven als hun aanwezigheid de draagkracht van een samenleving te boven gaat. Gelukkig zijn we tegenwoordig zo rijk dat er voldoende plek is voor de niet-actieven onder ons. Hoe organiseren we een fatsoenlijke oude dag? Moeten we dan denken aan goederen en diensten, of ook aan geld? En waar komt geld dan vandaan, hoe wordt pensioen gefinancierd? Omslag, zoals bij de AOW? Kapitaaldekking is beter, vinden we in Nederland. Maar investeren we dat dan ergens op flitsende kapitaalmarkten ver weg, of in voorzieningen voor de gepensioneerde dichtbij? Bestaat het rendement slechts uit geld, of zijn de goederen en diensten die met behulp van dit kapitaal worden geproduceerd wellicht gericht op gepensioneerden? Moeten we het hier überhaupt over hebben, want marktprikkels garanderen optimale allocatie van productiemiddelen … toch?

Al decennia neemt de kapitaalmassa bij pensioenfondsen toe. Dit moet belegd worden voor de oude dag. Veel vraag werkt prijsopdrijvend: zowel bij aandelen als bij obligaties. Bij de laatste impliceert dat dan de rente zakt. Daar hebben pensioenfondsen tegenwoordig heel veel last van bij het beoordelen van hun vermogenspositie. Dat verbetert als (straks?) de rente stijgt, maar tegen die tijd moet er rekening gehouden worden met zakkende koersen – mogelijk bij aandelen, zeker bij obligaties! Straks – als het aantal gepensioneerden weer afneemt – moet er echter ook kapitaal worden afgestoten, effecten verkopen dus. Mogelijk moeten we straks veel verkopen terwijl de markten er beroerd bijliggen. De rest van het land kan dan bovendien daar schouderophalend aan voorbij gaan, want het is toch de verantwoording van de (deelnemers aan de) pensioenfondsen? Ik zie hier wel een pluspunt van een omslagstelsel: burgers, politici, hebben veel meer redenen te praten over de verdeling van de nationale koek over actieven en niet-actieven. Maar dit gaat helaas alleen nog maar over geld!

Consumptie impliceert dat er goederen en diensten worden gekocht van dat geld. Zijn er straks genoeg rollators, genoeg artsen opgeleid, genoeg handjes aan het bed, konden mensen lang genoeg thuis of in een aanleunwoning blijven wonen met hulp erbij, is er nog ruimte voor iets extra’s? Hier zijn veel antwoorden te bedenken, maar ik vind het vooral verbluffend dat we slechts blijven praten over geld, de hoogte van AOW, pensioen, de dekkingsgraad van fondsen, etc. Is het echt redelijk om te veronderstellen dat als straks de babyboom gepensioneerd is en richting graf gaat, dat dan effecten nog steeds makkelijk verkocht kunnen worden en dat ook de juiste prikkels van het grijze kapitaal uitgaan om op harmonische wijze het aanbod van goederen en diensten goed te laten aansluiten bij de grijze vraag? De economische dynamiek in een land waar de bevolking werkt en zich voorbereid op de oude dag kan behoorlijk veranderen als die oude dag aanbreekt.

De startleeftijd voor een AOW uitkering stijgt sinds een paar jaar. Nodig in verband met de vergrijzing, de AOW wordt anders onbetaalbaar – althans, dat is de consensus in Nederland. Echter, dit gebeurt bij een oplopende jeugdwerkeloosheid die gecamoufleerd wordt door jongeren die maar doorstuderen wegens de beroerde arbeidsmarkt. En straks gaan die jongeren met eindelijk een baan een flink stuk van de nationale koek delen met al die ouderen dan eindelijk met pensioen zijn? Is dit echt redelijk? In de tachtiger jaren werd de VUT bedacht: ouderen treden eerder uit om jongeren meer plek op de arbeidsmarkt te geven. En dan nu met ijzerenheinige rechtlijnigheid ouderen langer laten werken en de jeugdwerkloosheid laten oplopen? Het minste dat bedacht had mogen worden is om de verhoging van de AOW gerechtigde leeftijd tactisch af te stemmen op de ontwikkeling van de (jeugd)werkloosheid.

Als land verdienen we het dat er straks wel genoeg geld is maar dat ouderen toch behoeftig zijn – en dat jongeren daarbij een lange neus trekken naar de rest van de samenleving. Al was het maar wegens de volstrekte willekeur waarmee de overheid de ene dag een maatregel neemt – zoals langer doorwerken – en de volgende dag schouderophalend een oplopende jeugdwerkloosheid accepteert. In de economie gaat het niet alleen om geld, maar ook om goederen en diensten. Als u straks geen dorst wilt hebben moet u vandaag maar eens een appelboom in uw tuintje planten!

Geplaatst in pensioen

Uitslag Oekraine referendum

Pakweg een vijfde van het electoraat heeft de moeite genomen naar de stembus te gaan om nee te zeggen. De rest dus niet. De wet bepaalt dat de uitslag in ieder geval tot heroverweging moet leiden als het afwijkt van de ingeslagen weg. Dat is nu aan de orde, want hoewel slechts een derde van het electoraat de moeite nam om te stemmen is de keisdrempel van 30% gehaald. Dat 80% van de kiezers om allerlei redenen ja heeft gezegd of niet heeft gestemd is niet aan de orde volgens de wet. Dat hebben we leuk met ons allen geregeld!

De thuis blijvers hebben blijk gegeven van interessante motivaties. Een deel is tegen het referendum in het algemeen, dan wel tegen een raadgevend referendum. Een deel was tegen dìt referendum. Bovendien bleef een deel thuis vanuit strategische overwegingen: een uitslag onder de 30% was hun oogmerk. Het is toch echt zo dat al deze mensen beslist geen nee hebben gezegd tegen het associatie verdrag!

De kiezers die wel nee hebben gezegd hebben ook blijk gegeven van allerlei motivaties. Ik ben veel tegen gekomen dat volgens mij niets te maken had met de vraag die werd gesteld. Heroverweging van Nederlandse instemming met het associatieverdrag kan op basis van deze motivaties om nee te zeggen dan ook niet echt plaatsvinden.

Al met al lijkt het me dat de politiek hiermee snel klaar zou moeten zijn: negeren. Aangezien dat nu weer niet zo makkelijk uit te leggen valt denk ik dat ze er verstandig aan doen zo lang mogelijk te blijven aarzelen en kijken of dit in de berm kan blijven liggen tot de volgende verkiezingen voorbij zijn. Kijkend naar het brave gereutel uit Den Haag over de uitslag lijkt dat goed te gaan lukken.

Wat een geknoei, democratie op schoolpleinniveau!

 

Geplaatst in mens en maatschappij

Geldverslindend raadgevend referendum Oekraine

Hoe een knoeiende overheid en een knoeiend volk elkaar kunnen vinden, het is me toch wat! Over het idee van een raadgevend referendum staat in de wikipedia dat het “doel de volksvertegenwoordiging raad te geven omtrent een wetsvoorstel” is. Op rijksoverheid.nl lees ik dat “… u voor of tegen de wet tot goedkeuring van het akkoord met Oekraïne” kunt stemmen. Ondertussen lijkt het me zo klaar als een klontje dat dit niet echt gaat lukken. Jaja, we stemmen en er komt een uitslag, maar hoe die moet worden uitgelegd zal niet duidelijk (genoeg) zijn. Mensen zijn voor en tegen van alles en nog wat en veel daarvan zal doorwerken in de uitslag. Ik ga eens wat zaken op een rijtje zetten.

1. Principiële tegenstanders van dit soort referenda zouden überhaupt niet moeten stemmen om dat kenbaar te maken is een overweging die ik ben tegengekomen.

2. Mensen kunnen voor/tegen dit soort associatieverdragen zijn, of voor tegen (uitbreiding) van de EU.

3. Mensen kunnen voor/tegen een associatieverdrag voor de Oekraine zijn.

4. Ook mensen die een associatieverdrag met de Oekraine wel zien zitten kunnen tegen het huidige voorgestelde verdrag zijn. (Het schijnt bijvoorbeeld niet te stroken met de belangen van pluimveehouders: “Oekraïnsche plofkippen” zijn al genoemd. Moet een kiezer hiermee iets? In ieder geval kunnen principes en belangen wringen. Het mooie van representatieve democratie is dat er in de volksvertegenwoordiging dan gesproken kan en moet worden over de afweging(en).)

5. Mensen kunnen voor/tegen de wisselwerking tussen volk en politiek zijn.

6. … of hoe dat hier uitpakt in verband met Poetin, Oekraïne, annexatie Krim, neergestort Maleisia toestel, etc.

7. Wie voor is kan door zijn stem net zorgen voor een opkomst hoger dan 30%. (Daaronder kan de uitslag genegeerd worden.) Er zijn partijen die tegen zijn maar wegens dit argument alleen maar proberen de opkomst zo groot mogelijk te maken: de verwachting leeft dat de uitslag toch wel nee wordt maar de angst voor een te lage opkomst geeft dan de doorslag!

8. Als media erbij betrokken zijn – zoals nu – zijn politici meer bezig met beeldvorming dan met de inhoud. Dat speelt nu ernstig op! Wie zich zorgen maakt over de kwaliteit van het politieke proces – dat doe ik – kan hier onderkennen dat een raadgevend referendum de boel alleen maar verslechtert.

De uitslag kan en zal op veel manieren worden uitgelegd. Een éénduidig advies van het volk aan diens vertegenwoordiging krijgen we dus niet. Op voorhand kan dan ook gesteld worden dat de uitslag genegeerd kan, zal en moet worden. Het idee dat dit soort volksraadplegingen gewenst zijn is wat mij betreft dan ook niet te verdedigen: afschaffen!

… en een politicus met een grammetje ballen zal gewoon zeggen dat ie met de uitslag zijn achterste gaat afvegen!

Geplaatst in mens en maatschappij

De paalrot onder het Nederlandse pensioenstelsel

Pensioenpremie betalen voor anderen die te weinig hebben betaald? Nee toch? Nou ja, als het redelijke solidariteit is, dan is het tot daar aan toe. Maar is het dat wel? Herstelpremie suggereert dat er iets hersteld moet worden. Een euro pensioenaanspraak kost al meer dan een jaar of wat geleden – en dan is bovendien een deel van de premie voor die verleden opbouw? Zit het tegen met de beurs, de rente, of zit het probleem in het stelsel, rammelt er iets met de veronderstellingen en methodieken daarbij? De laatste jaren lijkt de rente nogal tegen te zitten – die is ook hinderlijk laag. De beurs staat lager dan de top van in 2007 en die was al lager dan de top van 2001. Maar is dat (mede) de reden dat er herstelpremie wordt betaald, dat pensioenfondsen tegenwoordig vaak geen toereikend vermogen hebben? Zo kan het gezien worden, maar ik vind dat een tendentieuze kijk op de zaak. De veronderstellingen die ten grondslag liggen aan het pensioenstelsel zijn zèlf het probleem – met name aanspraken waarvoor destijds een inmiddels toch niet toereikende premie werd berekend.

Voor een pensioenaanspraak – die in de toekomst tot uitkering kan komen – wordt premie berekend. Bij het berekenen van de hoogte daaarvan spelen de rente en levensverwachting een grote rol. De levensverwachting bepaalt de kans dat een pensioenuitkering moet plaatsvinden, de rekenrente het rendement dat het fonds veronderstelt te maken op de premie. Zolang de sterfte in lijn ligt met deze verwachting en het rendement niet lager uitkomt dan die rekenrente hobbelt het systeem heel aardig. Maar wie betaalt de rekening als het ongunstiger uitpakt? Moeten nieuwe deelnemers bijspringen – met herstelpremie – of moeten oudere deelnemers accepteren dat aanspraken gekort worden? Maar de rente zit al 25 jaar in een neergaande trend. Als er voortdurend met lagere rendementen gerekend wordt dan voorheen, dan komt steeds weer niet verdiende narigheid bij een volgende lichting, generatie, premiebetalers.

Een deel van de problematiek hangt direct samen met de doorsneepremie. Een deelnemer betaalt een leeftijdsonafhankelijke premie die wordt berekend over het salaris. Maar de premie van een jongere kan veel langer renderen dan die van de oudere. De doorsneepremie middelt dat uit: solidariteit van jong naar oud. Dit brengt met zich mee dat de verhouding tussen het aantal jongeren en ouderen binnen een fonds van invloed is. Hoe meer premiebetalende ouderen in een fonds, hoe meer solidair een jongere moet zijn met de pensioenopbouw van deze ouderen. Oftewel, een jongere betaald per euro pensioenopbouw meer naarmate er meer oudere deelnemers zijn. Mensen leven nu bovendien veel langer dan destijds en ontvangen dus langer pensioen dan voorzien. Bovendien zijn er tegenwoordig veel minder jongeren dan toen de naoorlogse geboortegolf zich op de arbeidsmarkt melde. (De rendementen die werden behaald waren ook nog eens veel hoger dan de rekenrente.) Destijds hoefde een jongere veel minder te betalen voor deze jong-naar-oud solidariteit dan nu. De jongere van toen is de oudere van nu en vraagt – uiteraard – aan jongeren om solidair met hun te zijn! Begrijpelijk, kijkend naar hoe er over gecommuniceerd is. Bovendien hebben huidige ouderen het systeem voor zoete koek moeten slikken: niet onredelijk dat de oudere premiebetaler wel eens aan de ‘ontvangende’ kant van de jong-naar-oud solidariteit wil beleven. Maar zoals de zaken er nu bij liggen mag dat beslist niet meer worden verwacht van de huidige jongere. Hoe lang gaat deze kruik nog te water?

De lage rente is niet alleen zelf een probleem, maar hangt direct samen met allerlei risico’s op zowel de obligatie- als de aandelenbeurs – zeker als de rente weer gaat stijgen. De koersverliezen die dan kunnen en zullen ontstaan worden dan gecompenseerd door een hogere rekenrente maar beleggen in tijden van stijgende rente kan erg lastig zijn. Hieraan zit een keerzijde: de hogere rentes van voorheen zijn in de negentigger jaren fors gaan zakken met grote koerswinsten op de effectenbeurs tot gevolg. Het verslechterende rendementsperspectief – pensioenen zijn voor de lange termijn! – speelde nergens echt op. De koerswinsten verhoogden de dekkingsgraden – zoals die toen gemeten werden – en leidden tot allerlei cadeautjes: premiekortingen, (bonus) indexaties, veel te lang doorgaan met oneerlijke eindloonsystemen en vast nog wel meer. Veel ouderen hebben wel wat meegemaakt van dat feestje, jongeren per definitie niet. Ik vind het draconisch hen consequenties van dit oneerlijke systeem te laten dragen.

Samengevat zien we dat het pensioenstelsel drie lekken onder de waterspiegel heeft. 1) Rekenrente en sterftetafels impliceren veronderstellingen die ook als speculaties kunnen worden gezien. Als het anders gaat wordt de rekening in belangrijke mate bij de premiebetalers gelegd. 2) De doorsneepremie impliceert onredelijke jong naar oud solidariteit. 3) Van de lage, al 25 jaar zakkende, rente krijgen we sowieso buikpijn omdat tegenover de aanspraken meer kapitaal moet worden aangehouden – meer dan destijds voorzien. Over deze mindere kanten van ons pensioenstelsel is nooit goed gecommuniceerd.

Deze lekken spelen vooral op nu we al ruim twee decennia zien dat verschillende tendensen de verkeerde kant zien uitgaan: 1) voortdurende sterk stijgende levensverwachting; 2) een rente die eind tachtiger jaar tegen de 10% lag is nu nagenoeg nihil; 3) steeds meer ouderen die (al bijna) geen premie meer betalen, samen met minder jongeren die gewongen worden herstelpremie te betalen. Het stelsel kan op zich billijk en stabiel functioneren als de rente over de tijd wat fluctueert, de levensverwachting en bevolkingsopbouw niet al te wild beweegt. Al ruim twintig jaar woedt er een perfecte storm, het stelsel staat steeds meer uit het lood. Dat betrokkenen en belanghebbenden de geest al zolang in fles houden zou een storm van verontwaardiging moeten oproepen.

Op zich is de verontwaardiging – vooral bij kortingen en geen indexatie – van ouderen begrijpelijk: “We hebben er toch voor betaald?” “Bovendien waren wij ook solidair, wie is dat nu met ons?” Maar de jongere is het echte kind van de rekening en moet ervoor (kunnen) passen aan dit systeem mee te (moeten) doen. Eigenlijk houdt deze situatie al ruim twee decennia aan. Politiek, AFM, DNB en (vooral) jongeren zouden hier een vinger op moeten leggen. De enige echte belanghebbenden bij een stelselwijziging zijn jongeren – zij zullen deze koe bij deze horens moeten pakken.

Geplaatst in mens en maatschappij

Waarom … ?

Waarom dit, waarom dat, waarom zus of zo: stapelgek kan een mens ervan worden. Ik las net een stukje over defensief reageren: http://www.elephantjournal.com/2015/10/when-were-triggered-how-to-stop-reacting-defensively/.  Vaak heel irritant, als spirituele do’s and dont’s weer eens geschetst worden, ook al ben ik het er vaak ergens best wel mee eens.

Waarom?

Waarom is die waarom vraag zo erg, waarom is een stukje dat tot bewustwording oproept zo irritant, moet ik me hierover uitspreken, me verklaren of zelfs verdedigen? Niets moet, maar het gevoel dat er iets moet kan ik niet ontkennen. Dat is wat ik voel bij de waarom vraag. Conditionering? Vermoedelijk. Ik voel ook het kleine jongetje in me een schuldbewuste houding aannemen. Dit spreekt vast boekdelen over het ontstaan van schuldgevoelens bij de waarom vraag. Maar ik voel ook dat de conditionering meer behelst: er ontstaat een voedingsbodem voor lessen van de waarom-vraag-steller. Bovendien ben ik gaan zien dat het conditioneren nog gewoon doorgaat: jong geleerd is oud gedaan, geldt helaas ook hier. Oude rollen worden probleemloos voortgezet, zodoende beide partijen verlammend en groei blokkerend. Psychologie is uiteraard geïnteresseerd in dit soort mechanismen, maar het zou naar mijn smaak onderdeel van de cultuur moeten worden daar meer over te praten. Het constante gevecht over hoe het moet – in huwelijken, gezinnen, bedrijven, politiek, etc. – zou ten minste moeten worden uitgebreid met meer aandacht voor de manier waarop onderwerpen worden opgepikt, hoe we ons tot elkaar (willen) verstaan. Als ik mij in het defensief laat dringen accepteer ik ergens ook een offensieve rol jegens mij. Daarover wil ik praten met deze ‘doener’. De verontwaardiging die ik al levenslang voel als ik me weer eens in het defensief gedrongen voel maakt dat het rechtvaardig voelt om die ander lik-op-stuk te geven. De verdediging klinkt dan al snel als een aanval op die ander, die zich dan – begrijpelijk? – eveneens in het defensief gedrukt voelt en daar verontwaardigd op reageert. Zo ongeveer wordt het Calvinistisch script overgedragen van generatie op generatie. Zo gaat het steeds meer in een cultuur wortelen.

Het is dat vertrouwde en nare gevoel dat maakt dat we dan ineens open staan voor een spirituele boodschap die dit lijkt op te lossen. Juist als deze boodschap een ondertoon heeft van vermanende Calvinistische gelijkhebberij staan we er voor open. Zo gaat de bekeerde oude wijn uit nieuwe zakken drinken. Een vijf stappen plan, zoals geschetst in het artikel in de eerste alinea, helpt dan beslist! Ik ben het met alle vijf eens, aanbevolen. Echter, wederom worden ‘do’s’ omarmt en accepteren we authoriteit van de guru – priester, leraar, heilige, whatever – en laten heel wel mogelijk een kans liggen om meer authenticiteit te ontwikkelen. Bovendien heeft de zender recht op feedback, vind ik. Zoals het verdedigingsmechanisme wortelt in het gekwetste kind in mij, zo geldt dat ook voor het offensieve mechanisme dat maakt dat sommige mensen hun omgeving voortdurend lastig vallen met de waarom vraag. (En dat er bij tegenspel verontwaardigd – of kwaad – nog een pondje bovenop wordt gedaan heeft hier eveneens alles mee te maken.) Niet dat we verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop de ander dit dan hanteert, maar ik zie wel een taak om dit soort inzichten openlijk te bespreken opdat het in onze cultuur, in hoe we met elkaar omgaan, opgenomen kan worden.

Het doet me ook denken aan de tonal/nagual van Castaneda. Andere polariteiten die grofweg hetzelfde behelzen zijn hoofd/hart, denken/gevoel, square/round, being annal/going with the flow, yin/yang uiteraard, of wellicht zelfs doen/zijn. Meer bewustzijn, het verzwakken van dergelijke scripts, hoeft een ontwikkeling van een helderder tonal niet te weerstaan – integendeel! Het is mijn beleving dat een treffend narratief kan helpen in groei en geen illusies voedt. Instructies kunnen helpen bij juist handelen, maar een verhaal helpt … en vergt meer. Cruciaal hierbij is het onderkennen van het belang van de interne dialoog. De eerder genoemde scripts hangen hier allemaal mee samen, gevoelens van schuld, schaamte en verontwaardiging ook en dit begint allemaal met emoties in/uit de kindertijd die steeds samengingen met bepaalde taal en taalgebruik. Bij dat laatste bedoel ik hoe er door wie wordt gelachen, ondervraagd, verontwaardigd wordt gesproken, gehuild, etc. De nagual reactie op het script van mijn jeugd gaat relatief makkelijk door helemaal in je zintuigen te gaan, conditioneringen worden dan voelbaar, maar de tonal reactie, het nuchter helemaal zien voor wat het is, vergt meer aandacht en ontwikkeling.

Last, but not least: de onderkenning van kind-rollen bij beide partijen heeft mij enorm geholpen de futiele ridiculiteit van veel alledaagse interacties te gaan zien en om steeds meer het gevoel te krijgen dat ik hier niet meer aan meedoe. Het kleine kind in ons dat het gevoel heeft onterecht ondervraagd te worden kennen we wel, maar het kleine kind in de ander dat kinderlijke verontwaardiging wil uitleven op jou is ook nogal wat om waar te nemen … vooral als het lukt om deze keerzijde van de medaille in de spiegel te gaan zien. Ten slotte, beide partijen worden achter de schermen gedreven door dezelfde notie van kinderlijke onschuld!

Geplaatst in psychologie en emotie

De eigen agenda van de media?

Dat was nog eens cru: ondanks veel welwillende locals worden in de kranten slechts tegenstanders van asielzoekers geciteerd. Zoals de NRC schreef, hierop terugkomend: “naar de schreeuwers wordt geluisterd”. Daarvoor had ik uitgebreid gelezen, ook in de NRC, hoeveel weerstand er tegen asielzoekers zou zijn. Waarom gebeurt dit (zo)? Welke belangen spelen eigenlijk bij media, welke machten, wat moeten we daarvan vinden? Wat mij betreft is het verhelderend te beginnen met de nieuwslezer: die wil gewoon goed geïnformeerd worden!

… en dat is alles behalve simpel. Als je je al beperkt tot het voorbeeld zie je zoveel verschillende meningen, invalshoeken, stromingen dat elke poging tot ordening onvermijdelijk ook duiding is. Hebben we het over vluchtelingen of gelukszoekers? Opvang hier, aan de grens of in de regio? Meer of minder patrouilleren in de Middellandse zee? Tolerant naar meegebrachte cultuur of zoveel mogelijk associatie afdwingen? De verwoording zal zeker van invloed zijn op de beleving van de lezer en is zodoende nooit neutraal. Maar hoe precies gekozen is voor dat wat verwoord – of verbeeld – wordt, wordt zelden helder onderbouwd, of anders in vage termen als liberale krant, krant van wakker Nederland, etc.

Dat laatste toont een groot belang van media: aandacht trekken, hoe meer hoe beter. Maar ook schrijvers bijvoorbeeld kunnen dat als hun belang zien. Uiteraard is een bescheidener opzet goed mogelijk, komt veel voor, maar het wordt pas interesant bij grote media waar veel macht en/of kapitaal achter schuilgaan. Denk bijvoorbeeld aan Fox, CNN, Berlusconi, Franse industriëlen met een eigen krant, maar ook hoe Russische media aan de leiband van het Kremlin lopen zonder dat er nog een echte censor nodig is. Aandacht trekken, ja, voor de omzet, maar ook om neuzen dezelfde kant uit te krijgen.

Frappant is dat het belang de neuzen dezelfde kant uit te krijgen meer opspeelt naarmate de mening over de waarheid meer verdeeld is. De notie dat communistische kranten vaak Pravda (waarheid) heten is hier een wrange waarheid (sic). Zonder onafhankelijk redactiestatuut of iets dergelijks lijkt een medium altijd verdacht, een speelbal van de eigenaar.

Maar onafhankelijke media bestaan niet: beluisterd, bezien of gelezen worden willen ze allemaal! Nieuws moet wijken voor entertainment of entertainment moet lijken op nieuws, bijvoorbeeld, of kranten smeren onderwerpen over meerdere dagen uit, eerst een meer feitelijke reportage en later duiding bijvoorbeeld. Met reisjes, lezinkjes, lezerclubs, wijntjes, webshops en weet ik veel wat nog meer wordt een clubgevoel opgeroepen waardoor het bedrijf klanten bindt maar tevens meer info in een database vastlegt hetgeen meer marketing mogelijk maakt. Maar juist bij kranten die zich sterk maken voor objectiviteit en onafhankelijkheid is het de vraag of het wel een goed idee is om steeds meer te gaan lijken op een soort databasebedrijf.

Het grootste belang wat mij betreft is kwalitatief goed nieuws. Een groot daaruit voortspruitend belang lijkt mij om zodanige platforms voor media te ontwikkelen dat goede en onafhankelijke journalisten zich daaraan willen binden. De verborgen agenda van media – vooral als dat die van achterliggende macht is, zoals in Rusland, of van het medium zelf dat vecht voor voortbestaan – is in beginsel een probleem. Het doel goed nieuws te brengen vanuit een bepaald vertrekpunt zou voldoende focus moeten geven. Het is triest dat dit in afnemende mate het geval is.

Tot besluit een voorbeeld. Zonder goede lokale pers neemt het risico op allerlei corruptie in de provincie toe. Dagblad De Limburger is naar buiten gekomen met allerlei misstanden, vervlechting politiek en zakenleven, in Roermond. Het is van groot belang dat lokale media de lokale politiek kritisch volgen. Kranten die vooral bezig zijn met overleven door leuke dingen te doen voor de lezertjes komen daar niet aan toe. Het is vooral daarom dat de agenda van de media de kritische aandacht behoeft van politiek en burger!

Geplaatst in mens en maatschappij